Bominslag lijkt opgelost

Met het onderzoek van Gerard Olinga lijkt een einde te zijn gekomen aan alle speculaties: de zogenaamde V1 die op vrijdag 26 maart 1943 om 21.40 uur het Roode Dorp in Wageningen (omgeving Beekstraat) grotendeels verwoestte was een luchtmijn die werd afgeworpen door een Avro Lancaster.

Het Roode Dorp werd die avond zwaar getroffen. Achttien huizen moesten worden afgebroken, bomen werden ontworteld en er waren 27 slachtoffers te betreuren.
In de laatste jaren wordt getracht de waarheid rond de inslag te achterhalen. Dat bleek niet gemakkelijk. Getuigen spreken over een zwaar ronkend gevaarte, gelijkend een straalmotor. De meest fantastische verhalen stapelden zich op. Omdat het aardedonker was, heeft niemand het projectiel gezien, maar spreekt men toch over een V1.

Olinga deed diepgaand onderzoek in Duitse en Engelse archieven. Hij onderhield contacten met leden van een documentatiegroep die de luchtoorlog boven Nederland onderzoeken en hij determineerde alle mogelijkheden tot één conclusie: het was een zeer zware luchtdrukbom afkomstig uit een geallieerde bommenwerper die vroegtijdig zijn missie naar Duisburg moest afbreken.

Het was ondenkbaar om met zo’n bommenlast weer naar Engeland te komen en dus werd-ie losgelaten. Omdat de vliegers geen idee hadden waar ze waren, konden ze niet vermoeden dat ze in de buurt van Wageningen waren. Op de plaquette die in 1946 werd onthuld aan de herbouwde Beekstraat wordt gesproken over ‘bominslag’. Bij de onthulling ervan sprak de oud-commandant van de Luchtbeschermingsdienst Van Hoeve over een V1. Dat werd door kranten overgenomen, waarmee een mythe was geboren. Tot op de dag van vandaag wordt over een proef-V1 gerept.

Ruim een jaar onderzocht hij de bominslag van 26 maart 1943 op de Wageningse volksbuurt Roode Dorp, officieel de wijk Volkswoningbouw. Wat leek op een inslag van een proef V1, is nu na diepgaand archiefonderzoek, een Britse blockbuster gebleken. Getuigen spreken steeds over een V1, hoewel de bom niet zichtbaar was.

Een aantal getuigenissen die dezelfde mening is toegedaan, werd enkele jaren geleden op video vastgelegd. Maar niemand had ooit een scherf gevonden of het ding gezien.
Het zou om een proefexemplaar gaan omdat Duitsland rond die tijd al in staat was om een dergelijk motorgestuurde bom in de lucht te krijgen. De ‘echte‘ V1’s werden pas in juni 1944 ingezet.

Onduidelijk

In zijn boek neemt Olinga de lezer gedetailleerd mee naar wat hij heeft onderzocht en hoe hij dit heeft gedaan. De laatste minuten van de ramp kon hij zo nauwkeurig in beeld brengen. Daaruit wordt niet alleen duidelijk dat de uitwerking van een geëxplodeerde V1 vergelijkbaar is met die van een geëxplodeerde Duitse of Engelse luchtmijn van 2000 kg. of 4000 lbs., maar ook of deze drie wapens op 26 maart 1943 voor Wageningen wel of geen sluitend alibi hadden. Het aantal slachtoffers bij de bomslag op de Beekstraat is lange tijd onduidelijk gebleven. Duidelijk is dat de rapporten (van de Luchtbeschermingsdienst – LBD) niet al te nauwkeurig waren. De politierapporten spreken van 27 doden, een rapport van de LBD van 28 doden, wat doorgehaald is en ‘27’ met potlood erbij is geschreven. Degene die de plaquette in de Beekstraat heeft besteld, Jan Verhaaf, was een LBD-man die alleen op het oude document keek met ‘28 doden’. Officieus zijn het er dus 27.
De vereniging Oud-Wageningen hecht grote waarde aan de conclusies van Olinga. Daarom is besloten om zijn rapport in boekvorm uit te brengen, als twaalfde uitgave in de Historische Reeks. De eerste oplage telt vijfhonderd stuks. Op donderdag 19 april ontvangt burgemeester Van Rumund het eerste exemplaar.

Bron / lees verder: Veluwepost

Categorie: Verhalen.

Reacties zijn gesloten.