Maandelijks archief: april 2012

Silbertanne moord

Toen in 1941 de renovaties van het ziekenhuis gereed waren, liet chirurg en ziekenhuisdirecteur dokter Jan Boes de vaderlandse driekleur hijsen, waardoor hij het risico liep van een confrontatie met de Duitse
bezettingsmacht. Boes negeerde ook een bevel van de Rijkscommissaris voor Nederland dr. Seyss Inquart, om bij de politie op te geven wie in het ziekenhuis waren opgenomen. Alle personen die met een schot, steek
of slagverwondingen werden opgenomen moesten direct worden gemeld bij de politie.

Als vergelding op de moord van Iprenburg werd Jan Boes op 28 oktober 1943 voor zijn huis aan de Hesselink van Suchtelenweg 10 doodgeschoten. Hij kwam net terug van een kort verhoor, afgenomen door de Sicherheits Dienst, in verband met de moord op Cornelis Iprenburg.

Om 20.53 uur werd hij bij het openen van zijn garagedeur beschoten vanaf de overkant. Er werden drie schoten op hem gelost, waarna hij direct overleed.

Dokter Boes zat in het doktersverzet, dat zeer intensief werd gevoerd. Het was de bedoeling dat ook nog twee anderen, waaronder een hoogleraar van de Landbouwhogeschool, omgebracht zouden worden, maar dit is om onbekende redenen niet doorgegaan.

Deze liquidatie was een zogenoemde Silbertanne-moord, een methode die op 5 september 1943 was ingesteld, waarbij terreur tegen NSB-mensen beantwoord werd met tegen-terreur: voor elk slachtoffer als represaille drie andere (vooraanstaande) personen. Aangezien de NSB te zwak was om dit uit te voeren, werd de regeling door de Sicherheits Dienst gedaan en de uitvoering door Nederlandse SS-ers.
Jan Boes werd vermoord door twee Nederlandse SS’ers G.J. Koopman en A. de Man die vanuit Arnhem naar Wageningen waren gestuurd. Oberstürmführer Huhn, die de moord had geënsceneerd leidde het onderzoek naar de dood van Boes.

Categorie: Verhalen |

Bominslag lijkt opgelost

Met het onderzoek van Gerard Olinga lijkt een einde te zijn gekomen aan alle speculaties: de zogenaamde V1 die op vrijdag 26 maart 1943 om 21.40 uur het Roode Dorp in Wageningen (omgeving Beekstraat) grotendeels verwoestte was een luchtmijn die werd afgeworpen door een Avro Lancaster.

Het Roode Dorp werd die avond zwaar getroffen. Achttien huizen moesten worden afgebroken, bomen werden ontworteld en er waren 27 slachtoffers te betreuren.
In de laatste jaren wordt getracht de waarheid rond de inslag te achterhalen. Dat bleek niet gemakkelijk. Getuigen spreken over een zwaar ronkend gevaarte, gelijkend een straalmotor. De meest fantastische verhalen stapelden zich op. Omdat het aardedonker was, heeft niemand het projectiel gezien, maar spreekt men toch over een V1.

Olinga deed diepgaand onderzoek in Duitse en Engelse archieven. Hij onderhield contacten met leden van een documentatiegroep die de luchtoorlog boven Nederland onderzoeken en hij determineerde alle mogelijkheden tot één conclusie: het was een zeer zware luchtdrukbom afkomstig uit een geallieerde bommenwerper die vroegtijdig zijn missie naar Duisburg moest afbreken.

Het was ondenkbaar om met zo’n bommenlast weer naar Engeland te komen en dus werd-ie losgelaten. Omdat de vliegers geen idee hadden waar ze waren, konden ze niet vermoeden dat ze in de buurt van Wageningen waren. Op de plaquette die in 1946 werd onthuld aan de herbouwde Beekstraat wordt gesproken over ‘bominslag’. Bij de onthulling ervan sprak de oud-commandant van de Luchtbeschermingsdienst Van Hoeve over een V1. Dat werd door kranten overgenomen, waarmee een mythe was geboren. Tot op de dag van vandaag wordt over een proef-V1 gerept.

Ruim een jaar onderzocht hij de bominslag van 26 maart 1943 op de Wageningse volksbuurt Roode Dorp, officieel de wijk Volkswoningbouw. Wat leek op een inslag van een proef V1, is nu na diepgaand archiefonderzoek, een Britse blockbuster gebleken. Getuigen spreken steeds over een V1, hoewel de bom niet zichtbaar was.

Een aantal getuigenissen die dezelfde mening is toegedaan, werd enkele jaren geleden op video vastgelegd. Maar niemand had ooit een scherf gevonden of het ding gezien.
Het zou om een proefexemplaar gaan omdat Duitsland rond die tijd al in staat was om een dergelijk motorgestuurde bom in de lucht te krijgen. De ‘echte‘ V1’s werden pas in juni 1944 ingezet.

Onduidelijk

In zijn boek neemt Olinga de lezer gedetailleerd mee naar wat hij heeft onderzocht en hoe hij dit heeft gedaan. De laatste minuten van de ramp kon hij zo nauwkeurig in beeld brengen. Daaruit wordt niet alleen duidelijk dat de uitwerking van een geëxplodeerde V1 vergelijkbaar is met die van een geëxplodeerde Duitse of Engelse luchtmijn van 2000 kg. of 4000 lbs., maar ook of deze drie wapens op 26 maart 1943 voor Wageningen wel of geen sluitend alibi hadden. Het aantal slachtoffers bij de bomslag op de Beekstraat is lange tijd onduidelijk gebleven. Duidelijk is dat de rapporten (van de Luchtbeschermingsdienst – LBD) niet al te nauwkeurig waren. De politierapporten spreken van 27 doden, een rapport van de LBD van 28 doden, wat doorgehaald is en ‘27’ met potlood erbij is geschreven. Degene die de plaquette in de Beekstraat heeft besteld, Jan Verhaaf, was een LBD-man die alleen op het oude document keek met ‘28 doden’. Officieus zijn het er dus 27.
De vereniging Oud-Wageningen hecht grote waarde aan de conclusies van Olinga. Daarom is besloten om zijn rapport in boekvorm uit te brengen, als twaalfde uitgave in de Historische Reeks. De eerste oplage telt vijfhonderd stuks. Op donderdag 19 april ontvangt burgemeester Van Rumund het eerste exemplaar.

Bron / lees verder: Veluwepost

Categorie: Verhalen |

Dakota bij Rijnsteeg neergestort

Luitenant-kolonel b.d. Theo Boeree uit Ede (1879-1968) deed uitgebreid onderzoek naar de Slag om Arnhem. Eén van die onderzoeken ging over de lotgevallen van het 11e Britse Parachutisten Bataljon in 1944.
Dankzij Boeree is er veel bekend van de gebeurtenissen van maandag 18 september 1944. De dag ervoor landden de Airbornes ten oosten van Ede. De volgende dag gingen de droppings door. Het 11e bataljon vertrok vanaf het vliegveld Saltby en vloog met 33 Dakota’s naar het landingsgebied Ginkelse Heide. De toestellen vlogen twee routes, één vanaf het zuiden richting Ede. De Duitsers hadden zich inmiddels hergegroepeerd en op de Grebbeberg werd versterkt luchtafweergeschut geplaatst.
Toen de toestellen rond een uur of drie overkwamen en al laag vlogen in het zicht van Ede, wachtte een onaangename verrassing. Twee Dakota’s werden vroegtijdig neergehaald, waarbij wonderwel de meeste mannen de crash overleefden. Hun ervaringen en hun tocht met hulp van het Nederlandse verzet door de vijandelijke linies (onder meer door Wageninger Lambert Ledoux), staat uitgebreid beschreven in het boek.

Achterberg en Wageningen

De Dakota met als piloot de Amerikaan Captain George Merz kwam neer aan de Slagsteeg in Achterberg. Hierin zaten veertien Britse parachutisten onder leiding van kapitein Frank King. Van deze veertien overleed er één bij de crash: sergeant K.J. Metcalfe. Hij is begraven op de algemene begraafplaats in Rhenen, graf 27.B.11.
De andere Dakota kwam neer aan de Rijnsteeg in Wageningen. Het toestel werd gevlogen door de Amerikaanse luitenant Frederick Hale.
Hierin zaten achttien Britse para’s onder leiding van luitenant Keith Bell. Van deze achttien zijn er bij de crash acht overleden. Zeven van hen werden begraven op de algemene begraafplaats van Wageningen. De oorlogsgraven zijn sinds 2013 geadopteerd door leerlingen van de GJ van den Brinkschool.

Bron / lees verder: Veluwepost

Categorie: Verhalen |

Evacuatie

Door de dreigende oorlog werd op 29 augustus 1939 door de Nederlandse regering een algehele mobilisatie afgekondigd. Indien Duitsland ons land zou aanvallen, zouden troepen aan de grens voor vertraging zorgen. De hoofdverdediging zou gevoerd worden bij de Grebbelinie en de Gelderse Vallei zou dan worden geëvacueerd, inclusief de gemeente Wageningen, behalve het gedeelte ten oosten van de Diedenweg.

Als evacuatie-adres voor Wageningen werden de gemeenten Zwijndrecht, Ridderkerk en IJsselmonde aangewezen. Het afvoeren van de bevolking zou met schepen over de Rijn gebeuren. Wageningen had deze evacuatieplannen goed uitgewerkt.

’s Morgens 10 mei 1940 kwam een telegram bij de burgemeester van Wageningen: “Aanvang maken met afvoer Burgerbevolking uwer Gemeente onmiddellijk inschepen”.
In elk schip werden ruim 400 personen uit eenzelfde wijk ondergebracht. Als laatsten werden doktoren, verplegend personeel, priesters en predikanten over de schepen verdeeld. Sommige schepen waren niet schoongemaakt. De vorige scheepsladingen van cement en kolen verdeelden de Wageningers op deze manier in ‘witten en zwarten’ toen ze er weer uitkwamen. Om 4 uur vertrokken de eerste schepen, getrokken door sleepboten. Toen de laatste schepen rond 6 uur langs Rhenen voeren, werden al bommen gegooid in het gebied bij Wageningen.

Een ooggetuigenverslag van mevrouw J.J. van Dodewaard-Rijksen:

“Een dan komt de officiële oproep: evacueren! Om 12.00 uur verzamelen bij het blokhoofd. Het is zover! Vader zet het kippenhok open en laat de konijnen vrij in het gras. Ze moeten zichzelf nu maar redden. Och, en de poes! Ook maar naar buiten. We kunnen je niet meenemen beestje. Het ga je goed!
Dan kleden we ons aan en binden de bagage op onze rug. Nog een klein koffertje en handtassen. Mijn zus en ik stoppen nog gauw wat dierbare foto’s in onze tas, en dan gaan we.
We kijken nog een keer om.

Steeds meer mensen sluiten zich aan en scharen zich om het opgeheven bord met ons groepsnummer. Tot de groep van ongeveer 50 personen voltallig achter het blokhoofd aan naar de stad trekt.

In de Hoogstraat zijn de bewoners nog thuis. Ze staren ons meewarig aan, wetende dat zij straks ook aan de beurt komen. Er ligt veel glas op de trottoirs. Militairen laten met springladingen bomen over de weg vallen, als versperring voor de vijand. De winkelruiten sneuvelen bij de ontploffingen. Winkeliers halen hun etalages leeg, en delen allerlei etenswaren uit aan de langs trekkende mensen.”

Ooggetuigenverslag mevrouw Ormel:

Ooggetuigenverslag Bert Polak (04-5-2013, Wolfheze):

Op 10 mei 1940 waren er om ± 15.30 uur luchtgevechten boven Wageningen, mijn vader  was ondercommandant evacuatie van een bepaald district van Wageningen. Wij gingen naar de Rijnaken. Mijn Grootmoeder die mij verzorgde, was ziek en werd met de ambulance gebracht,maar kon door de drukte niet bij de boten komen. Ze werd overgeladen in een kruiwagen en zo de kippentrap loopplank af het ruim ingereden. Wij waren voor die tijd rijk met het in bezit hebben van een kijker. Zo mochten 3 jongens waaronder ik de lucht af speuren of er vijandelijke vliegtuigen ons zouden aanvallen. Ja hoor daar kwam een Messerschmitt in duikvlucht aan; de begeleidende politieboot begon met zijn mitrailleur te ratelen. De jager bleek echter een noodlanding te maken! Daar kwam de burgerwacht ter plaatse, om de Duitsers in te rekenen. Ze holden naar ze toe! De Duitsers doken in het vliegtuigje en zetten een mitrailleur op de dijk… de burgerwacht rende nog twee maal zo hard om dekking te zoeken. Het was ondanks de narigheid een komisch gezicht. Met eigen ogen gezien.

Categorie: 1940, Haven | Trefwoorden: , , | Reageer »

Verwoesting stad


Tijdens de tweede wereldoorlog heeft de stad zwaar onder vuur gelegen. In mei 1940 werd een groot deel van het centrum verwoest door eigen artillerie, die de Duitsers vanaf de Grebbeberg had bestookt.
Vrijdag 17 mei keerden de eerste bewoners in tien schepen huiswaarts, de volgende dag nog eens eenzelfde gedeelte van de bevolking, en op maandag 20 mei werden de overige 5000 Wageningers met schepen teruggevaren.

Tal van huizen en winkels waren verwoest of ernstig beschadigd. Een telling gaf aan: 112 panden geheel verwoest, 70 panden ernstig beschadigd, 74 panden hadden schade van betekenis en 128 panden waren licht beschadigd. Samen circa 400 panden, dat was een zesde deel van het totaal. De Grote Kerk was een ruïne: alleen de muren en torenromp stonden nog overeind. Verloren gingen o.a. het Politiebureau, de RK-pastorie, de Doopsgezinde Kerk, de Joodse Synagoge, de school in de Parkstraat, drukkerij Veenman en drukkerij Zomer en Keuning.

Bronnen: Wageningen 1940 – 1945Wagezine

Categorie: 1940, Hoogstraat | Trefwoorden: , | Reageer »

Diefstal bevolkingsregister

In de nacht van 2 op 3 januari 1943 werd in Wageningen, als eerste gemeente in Nederland, het bevolkingsregister ontvreemd. De ‘diefstal’ is grondig en met beleid uitgevoerd. In een raam aan de achterzijde van het gemeentehuis, bij een ommuurde binnenplaats, werd een ruitje ingedrukt. In feite schijnen de ‘daders’ gebruik te hebben gemaakt van de gewone dienstingang en werd de ruit kapot gemaakt om het op een inbraak van buitenaf te laten lijken. Een van de daders werkte namelijk bij de afdeling Bevolking op het gemeentehuis.

De hele kaartenverzameling van het bevolkingsregister werd in jutezakken overgepakt (waarvan de volgende morgen nog enkele kaarten werden gevonden) en weggevoerd naar het voormalige veerhuis De Wolfswaard aan de Rijn. Hier werden de zakken in een kippenhok verstopt en later in een plas gegooid, waar alle kaarten geheel zijn vergaan.

De volgende morgen werd een uitgebreid onderzoek ingesteld door de Wageningse politie. De leiding daarvan was in ‘vertrouwde’ handen. Van alle ambtenaren die op het secretariaat werkten werden voorwerpen ingenomen om politiehonden aan te laten ruiken, echter zonder resultaat.

De Duitsers hebben vervolgens een twintigtal studenten en de gemeentesecretaris opgehaald. De secretaris kwam er met een ernstige waarschuwing vanaf. De studenten werden overgebracht naar een strafkamp in Amersfoort en later in Vught. Een student, G.A. Beerling, is in Vught op 12 februari 1943 omgekomen. De andere studenten kwamen na een half jaar terug.

Ooggetuigenverslag: Henk Sijnja:

Bron: Wagezine, lees meer over het bevolkingsregister: Wageningen 1940-1945

Categorie: 1943, Gemeentehuis | Trefwoorden: , , , | Reageer »

Bominslag Beekstraat

Op vrijdagavond 26 maart 1943 hoorde vrijwel iedereen in Wageningen een geluid alsof er een groot vliegtuig met de motoren op volle kracht over de stad vloog. Angstig doken mensen ineen, of doken onder de tafel. Er volgde een zware explosie.
Achttien huizen in de Beekstraat en omgeving werden totaal verwoest. Er waren 27 doden en vele gewonden onder het puin. Woningen aan de Mauritsstraat (Julianastraat) en Vanenburgstraat waren onherstelbaar beschadigd. Een groot aantal andere woningen in deze straten en in de Van Eckstraat werden ook beschadigd. Op drie kilometer afstand werd nog glasschade gemeld.

Henk Glimmerveen:

Ik lag al lang in bed en sliep, maar werd op slag wakker door een vreemd geluid: een fluittoon als van een voorwerp dat met grote snelheid dichterbij kwam en vlak over het dak van het huis vloog. Direct daarna: een harde klap van een explosie.
Wat was dat? Een vliegtuigbom? Maar er was geen vliegtuig in de lucht. Een vliegtuig zelf, neergeschoten door de Duitsers? Maar zo had het geluid niet geklonken.
Het bleef verder stil, dus gingen we maar weer slapen.
De volgende ochtend hoorden we dat er een bom was ontploft in ‘het Rode Dorp’, een arbeiderswijk ruim een kilometer van ons huis. Nieuwsgierig als ik was ging ik kijken. Ik kon niet dichtbij komen: de buurt was afgezet. Maar op afstand was te zien dat een aantal huizen zwaar was beschadigd. Er liepen Duitse militairen rond.”

De hele nacht werd doorgewerkt om mensen te bevrijden, gewonden te vervoeren en doden te bergen. Niemand wist wat voor een enorme bom dit eigenlijk geweest was. Duitse militairen waren spoedig ter plaatse en deden nauwkeurige opmetingen.

Met het onderzoek van Wageninger Gerard Olinga lijkt een einde te zijn gekomen aan alle speculaties: Jarenlang werd gedacht dat in de avond van 26 maart 1943 een inslag van een test exemplaar van een V1 in de woonwijk het Roode Dorp de enorme verwoesting had aangericht. Na een lichtgevend verschijnsel, komende uit oostelijke richting met grote snelheid (sommigen spraken van een gloeiende vliegmachine), gepaard gaande met enorm lawaai, volgde een enorme inslag.
Uit recent onderzoek blijkt dat de zogenaamde V1 een luchtmijn was die werd afgeworpen door een  Lancaster. Deze bommenwerper was op de terugweg van een bombardement in Duisburg en  terugkeren met een zware bommenlast was niet mogelijk. De Lancaster ontdeed zich van haar last boven Wageningen, met fatale gevolgen.

Lees verder: Boek over het Roode dorp en de V1 »
Lees verder: Dakota bij Rijsteeg neergestort »

Ooggetuigenverslag Dhr. van Aggelen:

Quote: Dat bolletje brood uit de Bakkerstraat
Bron tekst: Kleine kroniek van het verzet in Wageningen 1940-1945

Categorie: 1943, Beekstraat | Trefwoorden: , | Reageer »

Aanslag Iprenburg

De NSB-er Cornelis Iprenburg heeft veel kwaad werk verricht. Hij was medewerker van de Dienststelle der Sicherheitsdienst in Arnhem en werkte nauw samen met de Wageningse NSB-commissaris van politie Versteeg. Iprenburg had zich ingedrongen in de O.D. van Wageningen. Gelukkig werkte men hier met het systeem, dat één man de leiding had over vijf anderen. Men kende dus niet zo heel veel namen. Iprenburg heeft de mensen uit de groep verraden. De opgepakte groep werd afgevoerd naar concentratiekampen, waar twee van hen omkwamen.
Iprenburg dook onder in Drachten. Ook daar drong hij zich in de illegaliteit in en heeft mensen verraden. Regelmatig kwam hij terug naar Wageningen en bleef zodoende een gevaar voor het verzet. Er werd besloten op grond van zijn verraad en het gevaar dat hij nog opleverde, dat hij de doodstraf verdiende.

Een eerste poging om hem te ontvoeren door een pseudo Duitse officier met een militair had geen succes. Hij wilde niet mee. Bij de tweede poging op 21 oktober 1943 werd hij door een verzetslid in de Kapelstraat met een revolver in de rechter bovenarm getroffen. Iprenburg werd ter verpleging in het ziekenhuis opgenomen. De dader bleek voortvluchtig.

Op 27 oktober 1943 werd Iprenburg in het ziekenhuis door een onbekende bezoeker, met een revolver achter een bosje bloemen, in de borst doodgeschoten. De dader verliet uiterlijk kalm het ziekenhuis, struikelde bij de uitgang, en werd door anderen nog bijgelicht. Een uitgebreid onderzoek door de Wageningse politie leverde geen resultaat op. Het onderzoek werd overgenomen door de Sicherheitspolizei in Arnhem. De echtgenote van de schutter van de eerste poging werd opgepakt en heeft de tot aan het eind van de oorlog als gijzelaar in kamp Vught gezeten.

Ter vergelding op de aanslag op Iprenburg werd dokter Boes door twee nederlandse SS’ser van het Silbertanne commando vermoord. Lees verder »

Ooggetuigenverslag: Henk Sijnja

Bron: Wagezine Lees verder: Resource, Wageningen 1940- 1945

Categorie: 1943, Ziekenhuis | Trefwoorden: , , , , , | Reageer »

Vliegeniers over de Rijn

Niet alle “gliders” kwamen op hun bestemming terecht. De ondergrondse had op de begraafplaats aan de Oude Diedenweg te Wageningen een prachtige schuilplaats gebouwd in de zomer van 1944. Daar werden ook piloten en parachutisten heengebracht, voordat zij over de Rijn gezet konden worden naar het vrije zuiden. Sommige geallieerden die gecrasht waren of verkeerd terecht waren gekomen in de uiterwaarden, kwamen direct bij de Wolfswaard terecht. In totaal waren er zeven tochten over de rivier in een roeiboot nodig om 68 geallieerde militairen over te zetten.

Ooggetuigenverslag: Henk Sijnja

Gedenksteen l Bron / lees verder: Wageningen 1940 – 1945

Categorie: 1944, Wolfswaard | Trefwoorden: , , , | Reageer »

Hier heerscht de Engelsche Ziekte

Hier heerscht de Engelsche ZiekteStudentenverzet in Wageningen – Ir. S. Maso

Het Wageningse studentenverzet is nooit eerder zo uitgebreid te boek gesteld. Toch is er in en rond de Wageningse Hogeschool tijdens en na de oorlogsjaren veel gebeurd dat niet vergeten mag worden. Aan de hand van eigen dagboekaantekeningen en vele ander bronnen heeft de auteur een indringend beeld geschertst van het wel en wee van de studenten en hoogleraren die hierbij een rol hebben gespeeld.
Veel aandacht is er voor de perikelen rond de loyaliteitsverklaring en de deportaties naar Duitsland. Reeds tijdens de bezetting werden richtlijnen geformuleerd voor de naoorlogse zuivering van de academische wereld. Ook werden er plannen beraamd voor een vernieuwing van de studentenwereld.

Hier heerscht de Engelsche Ziekte
Studentenverzet in Wageningen
Ir. S. Maso
Uitgeverij H. Veenman & Zn Wageningen 1993
Omslagontwerp: Niek Smaal, Kniphorst Boekhandel Wageningen
Henk van Amersfoort, Veenman Drukkers Wageningen
Tekstbewerking: J.H.G. te Boekhorst
ISBN 90 278 1534 8

Categorie: Boeken | Trefwoorden: , | Reageer »

10 mei 1940 – Wageningen in oorlogsbrand

10 mei 1940Het boek begint op 28 augustus 1939, de dag waarop de Algemene Mobilisatie wordt afgekondigd en eindigt in juni 1940, als het dagelijks leven aarzelend op gang is gekomen.

Het boek geeft een compleet beeld van de geweldige logistieke prestatie die onder leiding van het gemeentebestuur van Wageningen werd neergezet. Daarnaast is het vaak ontroerend om te lezen hoe enkele ooggetuigen die in het boek aan het woord komen deze tien bange dagen in mei 1940 hebben beleefd.

Het eerste exemplaar werd op 10 mei 2005 aangeboden aan wethouder Tineke Strik van de gemeente Wageningen.

Ad Rietveld

Historische Reeks Ver. Oud-Wageningen no 11 2005

 

Categorie: Boeken, Nieuws | Trefwoorden: | Reageer »

Bominslag Veluvia


Op 21 januari 1944 vielen twee bommen in de tuinen van de woningen op de hoek August Faliseweg en de Veluviaweg. Hierbij vielen 2 doden (een bewoner en een bezoeker van de Eekmolenweg 13) en raakten 4 personen gewond. De huizen aan de August Faliseweg 2 en 4 moesten worden ontruimd en de huizen aan de Veluviaweg 6, 8 en 10 tijdelijk. De woningen Eekmolenweg 5, 9, 11 en 13 waren zwaar beschadigd, evenals die van de Otto van Gelreweg 8.

Een verslag door de ogen van Frits:

“Het huis stond er nog, maar alles was donker. Overal lagen glasscherven. De fiets gauw tegen het hek. De voordeur stond los en zwaaide heen en weer. In het halletje was het donker maar de tussendeur was verdwenen. Enkele treden van de trap waren er nog, maar dan hield het op. WC en keuken waren verdwenen . De kelder lag vol met puin. Puin,overal puin! De achterkamer is weg. Het plafond hangt zover naar beneden dat je er met de hand bij kunt. Waar is zijn vrouw die juist deze avond haar vader op bezoek had? Waar is de kleine Job die in het achterkamertje boven sliep?
Daar kwamen een paar vrienden van Frits. Ze hadden hadden om negen uur een afspraak bij hem thuis.
“Je vrouw is ernstig gewond , we hebben haar op een deur weggebracht naar het ziekenhuis . Jobje is bij de familie Looijen op de Otto van Gelreweg. We waren hier even na de ontploffing van de bommen. De brandweer was er al gauw met een stelfel brandende lampen. We vonden je vrouw. Ze lag tegen de brandende kachel en we hebben ze onmiddellijk naar het ziekenhuis gebracht. Je schoonvader heeft alleen een paar schrammetjes.”
“En hoe is het met Jobje?”
“Dat is een wonder geweest. Zijn hele kamertje is weggeslagen en hij is met zijn bedje naar buiten geslagen van de bovenverdieping in de tuin. We hoorden hem huilen  het geluid kwam onder het puin vandaan. Toen kwam de brandweer. Grote brokken puin haalden we leeg. Zijn ledikantje was brandhout. Hij lag onder zijn matrasje tussen de dekentjes. Zij ogen zaten dicht door stof en kalk. De dokters hebben hem bekeken en hij mankeert niets  geen schrammetje te zien! Dat is met recht een wonder.”

Categorie: 1944, Veluvia |